![]() |
Als je, met familie, op de dag voor Koninginnedag om 09.00 uur in de Beurs van Berlage moet verschijnen, dan weet je wel dat er iets staat te gebeuren. Maar dat hij tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau zou worden benoemd, dat had Albert van der Lugt nooit verwacht.
De Koninklijke onderscheiding werd hem opgespeld door de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, die zelf ook vond, dat Albert hem “dubbel en dwars verdiend” had.
In het gebouw van het Praktijkcentrum aan de Laarderhoogtweg hadden Helena en Cor en de mensen van Herstelling Horeca een grote receptie voorbereid voor alle medewerkers, vrienden en relaties. En ze waren er in grote getalen, van politie en justitie, tot aan de gemeente, de provincie en het ministerie van OCW; van opdrachtgevers als Natuurmonumenten en Vafamil tot aan directie en medewerkers van de DWI en de mensen van Herstelling Gooi & Vechtstreek.
![]() |
In de speeches van de diverse sprekers werd Albert lof toegezwaaid; lof voor zijn daadkracht en inzicht, zijn manier van leiding geven en vooral zijn politiek inzicht. Jeroen Sprenger, voorzitter van Stichting Herstelling zei, “je hebt ons allemaal aan een touwtje”.
Sabine Gimbrère, senior beleidsadviseur van het ministerie van OCW, sprak over de restauratie van het Nola Hatterman Instituut als “ een succesvol project, binnen budget én ook nog eens binnen de tijd. Alleen daarom had je al een lintje verdiend”.
Coen van de Louw, Directeur van de DWI, haalde nog eens aan hoe bijzonder het is deze onderscheiding te krijgen voor activiteiten tijdens het werk en als je nog geen afscheid hebt genomen. Verder sprak hij bewondering uit voor de manier waarop Albert “Herstelling (heeft) laten landen binnen de DWI”.
Michel Kanters, voormalig directeur van Maatwerk Amsterdam, zei tenslotte tegen de ridder: “we zijn trots op je en we hopen, dat we nog lang van je mogen genieten.”
Een beetje beduusd van zoveel mooie woorden bedankte Albert de mensen en instanties die het succes van Herstelling mogelijk hebben gemaakt. Dat zijn de subsidiegevers, de opdrachtgevers en vele, vele anderen, maar eerst en vooral de collega’s. Terwijl hij soms worstelde met zijn emoties liet hij een groot aantal collega’s, gemeend en geestig, de revue passeren. “Zonder die bijzondere mensen van Herstelling was het niks geworden”, vertelde hij. “Ik voel me een ‘primus inter pares’. Geen baas maar de eerste onder gelijken.” Zijn vorm van leidinggeven is daarop ook afgestemd. “Wie vertrouwen durft te geven krijgt gezag.”
Maar de essentie van zijn filosofie ligt in de volgende woorden. “Bij ons gaat het om de jongens, de mensen, en nooit om de administratie; hoe belangrijk ook.”
Deze onderscheiding zien we daarom niet alleen als een zeer terechte onderscheiding voor een bijzonder mens, maar ook als een steun in de rug voor de ‘methode Herstelling’; discipline gecombineerd met positieve aandacht. Of zoals Albert geciteerd wordt in het Parool. “echte betrokkenheid toon je door consequent in te grijpen bij ongewenst gedrag. En die aanpak werkt.”